Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding, met producties;
- de brief van 3 juni 2019 van de gemachtigde van [eiseres] , met producties;
- de brief van 5 juni 2019 van de gemachtigde van Synlab, met producties.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres is sinds 1982 in dienst bij Synlab en werkzaam als Senior Medewerker QHSE. Synlab stelde haar op 15 november 2018 schriftelijk voor om de arbeidsovereenkomst te beëindigen wegens bedrijfseconomische redenen, waarbij haar functie zou komen te vervallen. Eiseres betwistte de bedrijfseconomische noodzaak en weigerde het voorstel. Synlab stelde haar vervolgens vrij van werkzaamheden, maar zonder toestemming van het UWV voor ontslag.
Eiseres vorderde in kort geding haar wedertewerkstelling in haar functie zonder beperkingen, met een dwangsom voor het geval Synlab niet zou voldoen. Synlab voerde verweer en stelde dat de functie was komen te vervallen en dat er geen vacatures waren.
De kantonrechter oordeelde dat Synlab niet de juiste procedure had gevolgd voor ontslag en dat de functie van eiseres niet was komen te vervallen, mede omdat collega’s nog in die functie werkzaam zijn. Er was geen redelijke grond om de vrijstelling van werkzaamheden te handhaven. Daarom werd de vordering tot wedertewerkstelling toegewezen met een termijn van een maand voor Synlab om de terugkeer voor te bereiden.
Daarnaast werd de gevorderde dwangsom toegewezen en werd Synlab veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Synlab is veroordeeld om eiseres binnen een maand wedertewerkstelling te bieden zonder beperkingen, onder oplegging van een dwangsom.