Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juni 2019 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres,
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Wij, toezichthouders, zagen dat de houder van dieren, die voor de productie van VKI levensmiddelen zijn bestemd, desgevraagd niet alle relevante informatie (middels het voedselketeninformatieformulier) over toegepaste diergeneesmiddelen en aanwezige ziekten ter beschikking heeft gesteld van de bevoegde autoriteit. Wij, toezichthouders, stelden vast dat gehandeld is in strijd met: Artikel 6.2 lid 1 gelet op artikel 3.1 van de Wet dieren gelet op artikel 2.4 lid 1 onderdeel c van de Regeling dierlijke producten gelet op artikel 4 lid 1 en Pro Bijlage 1, deel A, lid 7 van de Verordening (EG) nr. 852/2004. Dit is binnen de boetecategorie als genoemd in artikel 2.2 van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren een overtreding.”
Wij, toezichthouders, zagen dat de houder van dieren een rund zijnde een
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover het de hoogte van de totale boete betreft;
- herroept het primaire besluit voor zover het de hoogte van de totale boete betreft;
- stelt de hoogte van de totale boete vast op € 5.000,-;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 338,- vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.048,-.