Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 1 primair ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair, 2, 3 en 4 primair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
Tot slot is opvallend dat [naam medeverdachte 1] en de persoon die hij aanduidt als [bijnaam 1 medeverdachte 8] respectievelijk [bijnaam 3 medeverdachte 8] hun berichtenverkeer over en weer beginnen met “ [naam 3] ”, hetgeen in pingesprekken met andere Pin-nummers niet is voorgekomen.
Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat de verdachte, samen met medeverdachten [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 4] , hier aangeduid als [bijnaam 2 medeverdachte 4] dan wel [bijnaam 1 medeverdachte 4] , in de nacht van 7 op 8 mei 2011 naar Antwerpen is gegaan en dat de verdachte weet hoe laat het de bedoeling is dat de verdovende middelen uit de container worden gehaald, zowel in de nacht van 7 op 8 mei als in de nacht van 8 op 9 mei 2011.
Een som geld ten bedrage van 20 .723,- euro (contante stortingen ING)
Een som geld ten bedrage van 16.119,84 euro (contante uitgaven)
Horloges en/of een of meer sieraden met een totale dagwaarde van 42.200,- euro
10.549,- euro en/of 945,36 euro ter zake gehuurde voertuigen bij AVIS en/of Amistad
Een som geld ten bedrage van 3.574,- euro zijnde gemaakte contante brandstofkosten
Een som geld ten bedrage van 17.635,24 euro zijnde creditcardbetalingen
113kilogram cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen, heeft
16.123,-(contante stortingen ING) en
(aandeel in een)Volkswagen Golf voorzien van kenteken [kentekennummer 6] ter waarde van E 6.000,- en/of
7.7zijnde creditcardbetalingen en
5.Strafbaarheid feiten
1.subsidiair
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde/vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich/een ander gelegenheid/middelen/inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen/vervoermiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit
2.
het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van één of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet.
4.primair
medeplegen van gewoontewitwassen
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straffen en maatregel
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 40 (veertig) maanden;
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten 1 subsidiair, 2 en 4 primair: