Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 1 april 2019, met producties 1 tot en met 10;
- de producties 1 tot en met 14 van Sic c.s.;
- de mondelinge behandeling op 12 april 2019;
- de pleitnota van [eiseres] ;
- de pleitnota van Sic c.s.
2.De feiten
een bedrag groot € 191.711,74 (dit bedrag hierna ook te noemen “Hoofdsom A”), omdat de netto-opbrengst van de aan de man en de vrouw (gezamenlijk aan te duiden met “Partijen”) toebehorende woning aan de [adres 1] in november 2000 is verkocht en de gehele netto-opbrengst groot € 383.423,48 (hierna ook “Overwaarde A”) alleen aan de man is uitbetaald, zodat de vrouw de Hoofdsom A niet rechtstreeks zelf heeft ontvangen. (…) De man heeft de Overwaarde A daarna in zijn geheel aan Josephine Beleggingen BV doorbetaald aldus de Rechtbank. Bij die doorbetaling heeft de man met Josephine Beleggingen vastgesteld dat hij voor ieder van Partijen het bedrag van € 191.711,74 in rekening-courant overmaakte aan Josephine Beleggingen. Josephine Beleggingen heeft dat aanvaard. Door de beslissing van de Rechtbank van 3 maart 2016 moet daarom de man aan de vrouw nog steeds de Hoofdsom A voldoen. (…) Als gevolg daarvan heeft de man van rechtswege een vordering gekregen op de vrouw wegens onverschuldigde dubbele betaling aan haar in rekening-courant met Josephine Beleggingen van het bedrag van € 191.711,74. (…) Enerzijds heeft de vrouw het bedrag van € 191.711,74 van de man te vorderen omdat de rechtbank dat heeft vastgesteld, en anderzijds heeft de man daardoor van rechtswege gelijktijdig het bedrag van € 191.711,74 van de vrouw te vorderen, omdat de man dat in handen van Josephine Beleggingen B.V. ten onrechte reeds aan haar in 2000 heeft betaald.
een bedrag groot € 98.339,50 (hierna ook te noemen “Hoofdsom B”) (…)
3.Het geschil
4.De beoordeling
Ten aanzien van het spoedeisend belang
gepretendeerdevorderingen. Doordat gepretendeerde vorderingen deel uitmaken van het vermogen van een schuldenaar, kan Sic zich daarop verhalen, aldus Sic c.s.