Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
mr. W.J. Roos-van Toor, omdat zij deel uitmaakte van de wrakingskamer die op 18 januari 2019 uitspraak heeft gedaan in een verzoek van verzoeker tot wraking van mr. W.J.J. Wetzels, mr. M. Fiege en mr. E.A. Vroom.
Rechtbank Rotterdam
Op 28 februari 2019 vond de mondelinge behandeling plaats van een verzoek tot wraking van twee rechters in de wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam. Verzoeker diende twee wrakingsverzoeken in, gericht tegen mr. W.J. Roos-van Toor en mr. A.P. Hameete, voorzitter van de wrakingskamer.
De wrakingskamer wees verzoeker op het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1770), waarin is bepaald dat een wrakingskamer een wrakingsverzoek buiten behandeling kan stellen indien sprake is van evident misbruik van recht. Dit is het geval wanneer het verzoek in redelijkheid niet anders kan worden uitgelegd dan als het aanwenden van de wrakingsbevoegdheid voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven.
De wrakingskamer oordeelde dat dit in de onderhavige situatie aan de orde was en dat verzoeker geen aanvullende omstandigheden had aangevoerd die tot een ander oordeel zouden moeten leiden. Daarom werden beide wrakingsverzoeken buiten behandeling gesteld. Verzoeker erkende de rechtbank niet en verklaarde niet-ontvankelijk te zijn, waarna de wrakingskamer de zitting sloot en binnen veertien dagen uitspraak zou doen.
Uitkomst: De wrakingskamer stelde de wrakingsverzoeken buiten behandeling wegens evident misbruik van recht.