Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- de (oorspronkelijke) dagvaarding, met producties;
- het verstekvonnis van 3 augustus 2018;
- de verzetdagvaarding van 18 oktober 2018 tevens houdende een eis in (deels voorwaardelijke) reconventie, met producties;
- de conclusie van repliek in conventie tevens houdende een vermeerdering van eis in conventie tevens conclusie van antwoord in reconventie, met producties;
- de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie, met producties;
- de akte van [eiser] , met productie.
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil
in conventie- gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
In reconventieheeft zij gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
4.De beoordeling
ECLI:NL:HR:2000:AA7044). Hiervan is in dit geval evenmin sprake. [eiser] is deze procedure blijkens de dagvaarding enkel uit eigen naam (volgens het exploot handelend onder de namen ‘ [handelsnaam 1] ’, ‘ [handelsnaam 2] ’ en ‘ [handlesnaam] ’) gestart, waarbij hij, sterker nog, zichzelf als huurder ingevolge de huurovereenkomst heeft gepresenteerd en daarin kan hij, blijkens het voorgaande, niet worden gevolgd.