Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
mr. W.P.M. Jurgensen
mr. A. Eerdhuijzen, rechters in de wrakingskamer in de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechters).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters van de wrakingskamer nadat deze reeds een einduitspraak hadden gedaan in de betreffende bestuursrechtelijke procedure. Omdat wraking slechts mogelijk is zolang de rechter nog betrokken is bij de behandeling van de zaak, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Eerder had verzoeker al meerdere wrakingsverzoeken ingediend die ook werden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid. De rechtbank constateert dat verzoeker oneigenlijk gebruik maakt van het wrakingsinstrument door herhaaldelijk wrakingsverzoeken in te dienen na beëindiging van de behandeling.
Op grond hiervan bepaalt de rechtbank dat verdere wrakingsverzoeken van verzoeker in de bestuursrechtelijke procedure met kenmerk ROT 18 / 2350 niet meer in behandeling worden genomen. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters en uitgesproken in een openbare zitting.
Deze uitspraak bevestigt de grenzen van het wrakingsrecht en voorkomt misbruik van het procesrecht door het indienen van wrakingsverzoeken na het sluiten van de zaak.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid en verdere wrakingsverzoeken worden niet in behandeling genomen wegens misbruik.