Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
17.000,=.
1.Algemeen
2.De vordering
€ 17.000,= (zegge: zeventienduizend euro);
€ 17.000,= (zegge: zeventienduizend euro).
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, die was veroordeeld voor deelneming aan een criminele organisatie. Hoewel veroordeelde werd vrijgesproken van overtreding van de artikelen 1 en 30b van de Wet op de kansspelen, werd vastgesteld dat hij feitelijk had gedeeld in de baten van illegale gokactiviteiten.
De ontnemingsvordering werd gebaseerd op de baten uit de criminele organisatie, waarbij de rechtbank het voordeel schatte op €17.000. Deze schatting hield rekening met de verklaring van veroordeelde over zijn inkomsten en corrigeerde deze naar beneden vanwege mogelijke andere inkomsten uit computerreparatie en -verkoop.
De rechtbank legde aan veroordeelde de verplichting op om het gehele bedrag van €17.000 aan de staat te betalen. De beslissing werd genomen met inachtneming van de persoonlijke omstandigheden van veroordeelde en is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €17.000 aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de staat te betalen.