ECLI:NL:RBROT:2018:6719
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.P. Hameete
- W.J.J. Wetzels
- J.J. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid na eindvonnis
In deze zaak heeft verzoeker op 21 juni 2018 een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. R.R. Roukema, rechter in de rechtbank Rotterdam, team kanton 2. Dit verzoek betrof een civielrechtelijke procedure waarin de bewindvoerder namens verzoeker een vordering had ingesteld tegen de Nederlandse Budget Centrale over onterecht ingehouden gelden in de periode april 2011 tot en met december 2012.
De rechtbank had op 19 juli 2018 in deze bodemprocedure een eindvonnis gewezen waarbij de vordering van de bewindvoerder werd afgewezen. Het wrakingsverzoek werd echter pas op 26 juli 2018 formeel ingediend, nadat de rechter al een eindbeslissing had genomen. De wrakingskamer oordeelde dat het doel van wraking, namelijk het waarborgen van onpartijdigheid tijdens de behandeling van de zaak, niet meer kan worden bereikt nadat een eindvonnis is gewezen.
Daarom werd het wrakingsverzoek als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen op grond van artikel 36 Rv Pro en artikel 9.1 van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Rotterdam. De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer voor wrakingszaken en uitgesproken op 7 augustus 2018.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. R.R. Roukema is afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid omdat het verzoek na het eindvonnis werd ingediend.