Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 3 juli 2017, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Rotterdam
De verzekeraar ASR Levensverzekering N.V. heeft een verzekering afgesloten met de zoon, waarbij alleen hij als begunstigde recht had op uitkering. De uitkering werd echter per abuis overgemaakt op de bankrekening van de vader, die tevens wettelijk vertegenwoordiger was.
De zoon ontdekte jaren later dat hij de uitkering niet had ontvangen en deed aangifte van vervalsing van zijn handtekening. ASR betaalde vervolgens alsnog het bedrag aan de zoon en vorderde van de vader terugbetaling van het onterecht ontvangen bedrag.
De vader voerde verweer met onder meer een beroep op verjaring en stelde dat de zoon opdracht had gegeven tot betaling aan hem. De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van verjaring omdat ASR pas in 2015 bekend werd met de vordering en dat de betaling aan de vader onverschuldigd was omdat de polis alleen betaling aan de zoon toestond.
Een handtekeningonderzoek werd niet noodzakelijk geacht. De rechtbank veroordeelde de vader tot terugbetaling van het volledige bedrag plus wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Vader wordt veroordeeld tot terugbetaling van € 11.094,22 plus wettelijke rente aan ASR.