ECLI:NL:RBROT:2018:4394
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening matiging sluiting woning wegens drugsvondst
Verzoekster kreeg een last onder bestuursdwang opgelegd door de burgemeester van Rotterdam, die haar woning voor zes maanden wilde sluiten vanwege de vondst van 26 kilogram cocaïne, een airsoftpistool, sealapparaten en contant geld. Verzoekster was ten tijde van de inval in Suriname en had geen kennis van de drugsvondst. Haar ex-schoonzoon, aan wie de vondst gerelateerd is, is gedetineerd en de woning werd na de inval feitelijk niet meer bewoond.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester terecht een sluiting kon opleggen vanwege de handelshoeveelheid drugs en de ernst van de situatie, maar acht een sluiting van zes maanden niet redelijk gezien de omstandigheden. Er was geen sprake van drugsgerelateerde overlast en de relatie van de woning met het criminele milieu was na drie maanden voldoende verbroken.
Daarom wordt het bestreden besluit geschorst en de sluitingsduur gematigd tot drie maanden. Verzoekster mag de woning vanaf 10 juli 2018 weer gebruiken. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De sluiting van de woning wordt gematigd tot drie maanden en het bestreden besluit geschorst vanaf 10 juli 2018.