ECLI:NL:RBROT:2018:3599
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen openbaarmaking bezwaarschrift op grond van de Wob
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Rotterdam om een bezwaarschrift uit 2016, ingediend tegen de sluiting van woningen op grond van artikel 13b van de Opiumwet, openbaar te maken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
De Wob-verzoeker wilde deze documenten ontvangen voor onderzoeksdoeleinden, maar de verzoeker, die partij is in de procedure, maakte bezwaar tegen de openbaarmaking vanwege schending van zijn persoonlijke levenssfeer en het feit dat hij geen partij is bij het Wob-verzoek. De voorzieningenrechter overwoog dat processtukken in procedures niet zomaar via de Wob aan derden mogen worden verstrekt, mede gelet op de strekking van artikel 8:79, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat openbaarmaking onomkeerbare gevolgen heeft en dat het belang van de verzoeker bij bescherming van zijn privacy zwaarder weegt dan het belang van de Wob-verzoeker bij openbaarmaking van dit specifieke bezwaarschrift. Daarom werd het bestreden besluit geschorst totdat op bezwaar is beslist. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de openbaarmaking van het bezwaarschrift wordt geschorst.