ECLI:NL:RBROT:2017:8232
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning individuele inkomenstoeslag 2016 ondanks bezwaar tegen onverbindende verordening
Eisers hadden bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder om hun aanvraag voor een individuele inkomenstoeslag over 2016 toe te kennen, maar betwistten de wijze waarop verweerder de beoordelingsvrijheid had ingevuld en stelden dat de verordening onverbindend was. De rechtbank oordeelt dat de keuze van de gemeenteraad in de onverbindend verklaarde verordening 2015 om alleen personen van 18 tot 27 jaar toe te laten, niet leidt tot misleiding van bijstandsgerechtigden of personen met minimumloon.
Verder is geen sprake van schending van het verbod op reformatio in peius omdat eisers door het bezwaar niet in een slechtere positie zijn gekomen. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag van € 50,- in de 2016-verordening is niet onredelijk laag en hoeft niet te worden geïndividualiseerd, noch hoeft deze aan het lokale armoedebeleid te worden gekoppeld.
Ook het gelijkheidsbeginsel wordt niet geschonden doordat Rotterdam lagere toeslagen kent dan omliggende gemeenten, aangezien verschillen tussen gemeenten inherent zijn aan de decentrale uitvoering van de Participatiewet. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toekenning van de individuele inkomenstoeslag 2016 wordt ongegrond verklaard.