ECLI:NL:RBROT:2017:7089
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.J.P. van Essen
- W.J.J. Wetzels
- J.A.M.J. Janssen-Timmermans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid bij comparitie
In een civiele procedure tussen eiser en verzoekster heeft verzoekster wraking van de rechter verzocht wegens vermeende partijdigheid. De grondslag van het wrakingsverzoek was dat de rechter de wederpartij in de gelegenheid stelde om haar stellingen nader te onderbouwen, wat volgens verzoekster neerkwam op het overschrijden van de grenzen van de rechtsstrijd en een schending van het recht op een fair trial.
De rechter heeft dit wrakingsverzoek gemotiveerd bestreden en toegelicht dat hij als nieuwe behandelend rechter op grond van artikel 88 Rv Pro ambtshalve een comparitie heeft gelast om nadere inlichtingen te verkrijgen, hetgeen binnen zijn bevoegdheid valt. De wrakingskamer heeft de stukken bestudeerd, waaronder het vonnis van 2 augustus 2017, en heeft vastgesteld dat de rechter onvoldoende informatie had om te beslissen over de gewijzigde vorderingen van de wederpartij.
De rechtbank overweegt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dat vermoeden weerleggen. De enkele vraag van de rechter om nadere toelichting op de vorderingen betekent geen partijdigheid of schijn daarvan. De vrees van verzoekster voor vooringenomenheid is niet objectief gerechtvaardigd. Daarom wordt het wrakingsverzoek afgewezen.
De beslissing is genomen door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam en uitgesproken in openbare terechtzitting op 12 september 2017.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.