ECLI:NL:RBROT:2017:7039
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken advocaat in verplichte procedure
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M.E.I. Beudeker, rechter bij de rechtbank Rotterdam, en de griffier. Dit verzoek werd gedaan in een procedure waarin procesvertegenwoordiging door een advocaat verplicht is. Volgens artikel 278 lid 3 Rv Pro moet een verzoekschrift in zulke procedures door een advocaat worden ondertekend.
De wrakingskamer constateerde dat verzoeker het wrakingsverzoek zonder advocaat had ingediend en gaf hem bij brief van 3 juli 2017 de gelegenheid dit verzuim te herstellen binnen een termijn tot 14 juli 2017. Verzoeker maakte geen gebruik van deze mogelijkheid. Hierdoor werd hij niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek.
Daarnaast overwoog de rechtbank dat het wrakingsverzoek tegen de griffier geen wettelijke grondslag heeft en dat mr. Beudeker sinds 1 juli 2017 niet meer werkzaam is bij de rechtbank Rotterdam, waardoor hij de zaak niet verder kan behandelen. Om deze redenen zou het verzoek ook niet-ontvankelijk zijn.
De rechtbank besloot daarom het wrakingsverzoek af te wijzen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek wegens het ontbreken van advocaat en het niet herstellen van dit verzuim.