Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 12 mei 2017;
- de 12 producties van [eiser] ;
- de 8 producties van [gedaagde] ;
- de mondelinge behandeling op 8 juni 2017;
- de pleitnota van [eiser] ;
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Rotterdam
De eiser, directeur bij de gedaagde makelaar in transport, werd op non-actief gesteld na een ontslagaanvraag bij het UWV. Hij vorderde in kort geding wedertewerkstelling en toegang tot zijn werkplek. De werkgever stelde dat de non-actiefstelling noodzakelijk was ter bescherming van bedrijfsgegevens en vanwege overname van zijn taken.
De rechtbank oordeelde dat een non-actiefstelling een ingrijpende maatregel is die alleen gerechtvaardigd is bij een redelijke en zwaarwegende grond. De werkgever kon geen concrete feiten aanvoeren die een gerechtvaardigde vrees voor misbruik van bedrijfsinformatie rechtvaardigden. Ook het argument dat de functie was komen te vervallen, werd verworpen omdat de werkzaamheden waren overgenomen door anderen zonder dat de arbeidsovereenkomst was beëindigd.
De rechtbank stelde vast dat de werkgever zonder voldoende grond de directeur van zijn werkzaamheden had vrijgesteld en dat de vordering tot wedertewerkstelling daarom toewijsbaar was. De werkgever werd veroordeeld om de directeur binnen tien dagen toe te laten tot zijn werkplek en hem zijn functie te laten uitoefenen, met een dwangsom bij niet-naleving. Tevens werd de werkgever veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot wedertewerkstelling wordt toegewezen met een dwangsom en veroordeling in proceskosten.