Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser 1] ,
[eiser 2a],
[eiser 2b],
[eiser 3],
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De vorderingen en verweren
3.De beoordeling
4.De beslissing
1573
Rechtbank Rotterdam
In deze burenrechtelijke zaak staat de breedte en het gebruik van een buurpad tussen de tuinen van de woningen aan de [adres] centraal. Eisers vorderen dat de schutting van gedaagden wordt verplaatst zodat het buurpad een breedte van 1,50 meter, dan wel subsidiair 1,10 meter, krijgt. Gedaagden betwisten dit en voeren verweer.
De rechtbank stelt vast dat het buurpad is gevestigd bij een notariële akte van circa 1966 en kwalificeert het als een buurweg in de zin van artikel 719 oud Pro BW. De notariële akte en de bijbehorende kaart geven geen exacte maten van het pad, en ter plaatse is vastgesteld dat het pad ter hoogte van een bakstenen bloembak een breedte van circa 1,29 meter heeft, maar bij de poort slechts 1,00 meter breed is. De poort is in gemeenschappelijk overleg geplaatst, waardoor de breedte van 1,00 meter als de werkelijke breedte geldt.
De rechtbank overweegt dat het buurpad uitsluitend mag worden gebruikt voor voetgangers en kleine voertuigen zoals kinderwagens en rijwielen, waarvoor een breedte van 1,00 meter voldoende is. De vorderingen van eisers om een grotere breedte af te dwingen worden daarom afgewezen. Hoewel de schutting van gedaagden het pad op sommige plaatsen versmalt tot 0,90-0,94 meter zonder instemming van de andere betrokkenen, vordert eisers geen herstel tot 1,00 meter. De rechtbank benadrukt dat partijen als buren in goed overleg tot een oplossing moeten komen. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en bepaalt dat het buurpad een breedte van 1,00 meter heeft volgens de notariële akte en praktijk.