ECLI:NL:RBROT:2017:3700
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op kinderopvangtoeslag bij niet-naleving kassiersfunctie gastouderbureau
Eiseres stelde beroep in tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen waarin de kinderopvangtoeslag over 2012 definitief werd vastgesteld op €3.887,-. Na eerdere procedures en een ingetrokken beroep, werd bij een nieuw besluit de toeslag op nihil gesteld vanwege niet-naleving van de kassiersfunctie van het gastouderbureau.
De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was het beroep te behandelen, ondanks betwisting van verweerder over de samenhang met eerdere procedures. De kern van het geschil betrof de vraag of eiseres recht had op kinderopvangtoeslag, waarbij verweerder stelde dat niet alle kosten via het gastouderbureau waren betaald.
De rechtbank stelde vast dat eiseres een deel van de kosten rechtstreeks aan de gastouder had betaald, wat niet voldeed aan artikel 1.49 van de Wet kinderopvang. Volgens vaste jurisprudentie moet het gastouderbureau de betalingen van ouders op een controleerbare wijze onder zich hebben gehad en doorgeleiden naar de gastouder. Door deze kassiersfunctie niet te respecteren, was er geen recht op toeslag.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank ging niet in op het betoog van eiseres over het aantal opvanguren, omdat het ontbreken van recht op toeslag reeds vaststond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat zij niet heeft voldaan aan de kassiersfunctie van het gastouderbureau en daardoor geen recht heeft op kinderopvangtoeslag over 2012.