ECLI:NL:RBROT:2016:9808
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boetes voor overtreding rookverbod in horeca-inrichting bevestigd
Eiseres, exploitant van een horeca-inrichting, kreeg twee bestuurlijke boetes van €600 opgelegd wegens overtreding van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder e, van de Tabakswet, omdat tijdens inspecties op 10 februari en 20 maart 2015 werd vastgesteld dat in de rookruimte werd gerookt terwijl werknemers daar werkzaamheden verrichtten.
Eiseres voerde aan dat zij geen horeca-inrichting exploiteert, dat de rookruimte door een afzuiginstallatie als afsluitbaar moet worden gezien, en dat zij niet als werkgever kan worden aangemerkt van de werknemers in de rookruimte. De rechtbank oordeelt dat het verstrekken van gratis drankjes en hapjes onderdeel is van de bedrijfsvoering, waardoor sprake is van een horeca-inrichting. Daarnaast is het voorstelbaar dat een ruimte door onderdruk als afsluitbaar kan gelden, maar dit wordt niet beslist omdat tijdens de inspecties werknemers werkzaamheden verrichtten in de rookruimte waar werd gerookt.
De rechtbank stelt vast dat het ruim werkgeversbegrip van de Tabakswet ook werknemers van derden, zoals schoonmakers, omvat. Hierdoor is de aanwezigheid van werknemers in de rookruimte tijdens het roken een overtreding van het rookverbod. De boetes zijn conform de wettelijke tarieven en er zijn geen omstandigheden voor matiging gebleken. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de bestuurlijke boetes wegens overtreding van het rookverbod worden ongegrond verklaard.