ECLI:NL:RBROT:2016:9015
Rechtbank Rotterdam
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot schadevergoeding en kosten rechtsbijstand na sepot zedendelict
De verzoeker was op 28 en 29 april 2015 in verzekering gesteld op verdenking van een zedendelict. De strafzaak werd later geseponeerd zonder oplegging van straf of maatregel. De verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 89 en Pro 591a Sv voor vergoeding van immateriële schade door het voorarrest en kosten rechtsbijstand.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende verdenking was om de inverzekeringstelling te rechtvaardigen, maar dat billijkheid gronden gaf voor vergoeding van immateriële schade. Daarbij werd het forfaitaire systeem van het LOVS gevolgd, waarbij de eerste dag als volledige dag wordt vergoed en de dag van invrijheidstelling niet. De vergoeding werd vastgesteld op € 105,00.
Daarnaast werd het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand voor het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift toegewezen voor een bedrag van € 550,00. De verzoeker was niet verschenen bij de zitting, maar zijn advocaat werd gehoord. De beschikking werd uitgesproken door rechter Damen op 10 november 2016.
Uitkomst: Verzoeker krijgt € 105,00 vergoeding voor immateriële schade en € 550,00 voor kosten rechtsbijstand toegekend.