ECLI:NL:RBROT:2016:7066
Rechtbank Rotterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-tijdig nemen van besluiten op Wob-verzoeken
Opposant diende op 11 juli 2015 twee Wob-verzoeken in bij het Openbaar Ministerie te Rotterdam over documenten betreffende rechterlijke uitspraken en beleid. Verweerder stuurde op 16 juli 2015 brieven waarin werd meegedeeld dat de documenten niet bij hem berusten en verwees de verzoeken door naar de Rechtbank Rotterdam. Opposant stelde verweerder op 11 augustus 2015 in gebreke vanwege het uitblijven van een besluit en stelde op 27 oktober 2015 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank verklaarde dit beroep op 6 januari 2016 niet-ontvankelijk, omdat zij oordeelde dat de brieven van 16 juli 2015 als besluiten moesten worden gezien en dat deze aan opposant waren verzonden. Opposant betwistte de ontvangst van deze brieven en verweerder kon geen verzendbewijs overleggen. De rechtbank concludeert dat de verzending niet aannemelijk is gemaakt, waardoor het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank verklaart het verzet gegrond, vernietigt de eerdere uitspraak en behandelt het beroep inhoudelijk. Zij oordeelt dat verweerder niet tijdig heeft beslist op de Wob-verzoeken en stelt een dwangsom van €1.260,- vast. Het beroep tegen de besluiten van 16 juli 2015 wordt ongegrond verklaard omdat verweerder niet over de gevraagde documenten beschikt. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en de vergoeding van griffierecht en reiskosten.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, het beroep tegen het niet tijdig nemen van besluiten wordt toegewezen en een dwangsom van €1.260,- wordt vastgesteld.