Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
[eiser 3],
[eiser 4]
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- het proces-verbaal van comparitie van 13 juli 2016.
Rechtbank Rotterdam
Eisers vorderen een contactverbod tegen gedaagden, primair tot het moment dat de minderjarige kinderen meerderjarig zijn, vanwege een moeizame familierelatie en vermeende gedragsproblemen bij het kind [eiser 3]. Eisers stellen dat gedaagden zich onrechtmatig gedragen en dat dit de ontwikkeling van het kind schaadt.
De rechtbank constateert dat de dagvaarding geen concrete incidenten, data of betrokken personen vermeldt ter onderbouwing van de vordering. De enkele stelling dat het kind getraumatiseerd is, is onvoldoende en voldoet niet aan de stelplicht. Ook het overleggen van stukken uit andere procedures kan dit niet vervangen.
Ter comparitie blijkt dat de relatie tussen de dochter en haar vader gespannen is, met verbale confrontaties waar het kind getuige van is. Er is echter geen bewijs dat gedaagden de oorzaak zijn van de gedragsproblemen van het kind. De vordering tegen de moeder en de schoonzoon is niet toegelicht.
De rechtbank oordeelt dat er geen deugdelijke grondslag voor het contactverbod is en wijst de vordering af. Eisers worden veroordeeld in de proceskosten van gedaagden. De rust in de familie lijkt verbeterd doordat partijen elkaar vermijden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot het opleggen van een contactverbod af wegens onvoldoende onderbouwing en veroordeelt eisers in de proceskosten.