Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 december 2015, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- het tussenvonnis (in de vorm van een brief) van 13 april 2016, waarbij een comparitie is bepaald;
- de brief van 7 juni 2016 van de Curator waarbij een productie is overgelegd;
- het proces-verbaal van de op 21 juni 2016 gehouden comparitie.
2.De feiten
- [gedaagde 1] in de tweede helft van november 2012 een vordering van € 24.690,77;
- [echtgenote gedaagde 1] op 1 januari 2012 een schuld van € 141.406,00;
- Hypotheek Randstad aan het begin van augustus 2012 een schuld van € 37.935,63;
- een vordering op [B.V. gedaagde 1] van € 20.375,00;
- een vordering op [echtgenote gedaagde 1] van € 14.951,33;
- een schuld aan Hypotheek Randstad van € 31.982,21;
- [gedaagde 1] Beheer € 0,00;
- een vordering op [echtgenote gedaagde 1] van € 0,33;
- een schuld aan Hypotheek Randstad van € 9.121,08;
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.160,00(2,0 punten × tarief € 2.580,00)