Uitspraak
Onduidelijkheid en innerlijke tegenstrijdigheid
Standpunt verdediging
Beoordeling
Tussenconclusie
Omstreeks de jaren
Standpunt verdediging
Beoordeling
Schending beginselen van behoorlijke procesorde
Standpunt verdediging
. Beoordeling
Tussenconclusie
Omkoping [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]
Inleiding
Standpunt officier van justitieAangevoerd is dat bewezen kan worden verklaard dat de verdachte en de aan hem gelieerde bedrijven giften aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben gedaan met het oogmerk hen daarmee -zeer algemeen en kort weergegeven - om te kopen. Het oogmerk van de verdachte volgt uit de omstandigheden waaronder de giften zijn gedaan
Standpunt verdediging
In het dossier kunnen geen daadwerkelijke handelingen worden gevonden van [medeverdachte 2] waarmee hij de verdachte heeft begunstigd. Iedere handeling die heeft geleid tot een vermeend voordeel voor de verdachte of zijn ondernemingen is terug te voeren op een ambtenaar, een college- of een raadsbesluit.
Beoordeling
Wie is de gever?
Giften
Dit verweer gaat niet op. Met de vlucht en het verblijf in de hotelkamer wordt iets van waarde overgedragen aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , ook als daarvoor geen extra kosten worden gemaakt door de verdachte. Ook deze uitgaven van de verdachte kunnen derhalve als giften voor [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] worden aangemerkt.
Dit bewijs wordt lastiger als de relatie tussen de gever en de ambtenaar niet alleen maar zakelijk is en/of als de gift niet een koffertje met veel geld betreft dat heimelijk aan de ambtenaar is gegeven en/of als niet of lastig is vast te stellen dat er een verband is tussen een handelen van de ambtenaar en een (direct) voordeel voor de gever.
- De verdachte en [medeverdachte 1] zijn al bijna 40 jaar vrienden. Het betreft een zeer hechte vriendschap die onder meer wordt gekenmerkt door de omstandigheid dat ook hun beider gezinnen al jarenlang samen optrekken, door de omstandigheid dat [medeverdachte 1] zeer nauw betrokken is bij de bouw van het vakantiehuis van de verdachte in St. Tropez en door de omstandigheid dat [medeverdachte 1] en zijn vrouw de verdachte opzoeken in München als deze daar is geopereerd.
- De verdachte en [medeverdachte 1] maken tijdens die jarenlange vriendschap allebei carrière in onder andere Roermond, de verdachte als projectontwikkelaar en [medeverdachte 1] in de gemeentepolitiek. Voor [medeverdachte 1] heeft dit geresulteerd in onder andere het wethouderschap van Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening, Economische ontwikkelingen, Monumenten en Archeologie, Toerisme en recreatie en Regionale samenwerking (hierna: wethouder Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening) sinds 1998. Gegeven deze feiten en omstandigheden hadden de verdachte en [medeverdachte 1] niet alleen privé maar ook zakelijk veelvuldig met elkaar te maken. Dat is ook terug te zien in de verschillende projecten zoals die zijn beschreven in het dossier.
- [medeverdachte 1] is niet de eerste de beste ambtenaar. Hij is al meer dan 30 jaar als ambtenaar werkzaam in de top van de in Nederland te verrichten politieke ambten. In de ten laste gelegde periode was hij wethouder Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening. Op de zitting is een beeld ontstaan van [medeverdachte 1] - voor een groot deel overigens opgetekend uit de mond van hemzelf - als een man die zich zo mogelijk meer dan ‘24/7’ inzette om de stad Roermond op de kaart te zetten. Daarbij lag de focus van zijn wethouderschap op - met name - de ruimtelijke ontwikkeling van de stad Roermond.
In bewijsrechtelijke zin bieden de verklaringen van de vele getuigen die zijn gehoord ook onvoldoende steun voor dergelijke (vergaande) vaststellingen. Weliswaar is er een aantal getuigen dat [medeverdachte 1] een beslissende rol op bepaalde momenten in bepaalde projecten toedicht, maar daartegenover staan even zoveel, zo niet meer, getuigenverklaringen waaruit dit niet volgt. Terwijl bovendien de getuigen die belastend verklaren deze verklaringen tijdens de verhoren bij de rechter-commissaris op belangrijke punten nuanceren.
Per categorie giften zal worden beoordeeld of buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld of de verdachte het oogmerk had om [medeverdachte 1] met die gift te bewegen tot een doen of nalaten in zijn functie van wethouder. Oogmerk wordt als gezegd aanwezig geacht als vast is komen te staan dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte een gift aan [medeverdachte 1] heeft gedaan met als doel om een concrete tegenprestatie of een speciale relatie te doen ontstaan die zal leiden tot een voorkeursbehandeling.
- Zowel de verdachte als [medeverdachte 2] hebben verklaard dat er een vriendschap tussen hen bestaat. De verdachte heeft verklaard dat hij [medeverdachte 2] goed heeft leren kennen toen deze wethouder werd, en dat er, doordat zij steeds meer zakelijk contact kregen, geleidelijk een vriendschap is ontstaan tussen hen. [medeverdachte 2] verklaart niet wanneer en hoe de vriendschap is ontstaan en wat deze inhield. Er zijn voorts geen feiten en omstandigheden, bijvoorbeeld afspraken tussen beide heren in privé, die het bestaan van een vriendschap ondersteunen. Nu de vriendschap tussen de verdachte en [medeverdachte 2] niet of nauwelijks uit de verf komt, afgezien van het feit dat ze het allebei zelf verklaren, wordt ervan uitgegaan dat het niet meer was dan een vriendschappelijk zakelijk contact.
- [medeverdachte 2] was van mei 2002 tot 1 februari 2010 wethouder Financiën, Juridische Zaken en Eigendommen bij de gemeente Roermond. Per laatstgenoemde datum werd hij benoemd als directeur van [bedrijf 2] . In beide functies was hij betrokken bij een aantal van de projecten zoals die zijn beschreven in het dossier. Op basis van het dossier kan zeker worden verdedigd dat de schijn bestaat dat op meerdere momenten tijdens de looptijd van de verschillende projecten kan worden gedacht dat de verdachte er minst genomen aardig uitspringt in de besluitvorming door de gemeente, en dat [medeverdachte 2] hier ook een rol in heeft gehad. Het gaat echter veel te ver om in bewijsrechtelijk overtuigende zin te concluderen dat [medeverdachte 2] de verdachte op die momenten daadwerkelijk heeft begunstigd.
Oogmerk gericht op handelen of nalaten [medeverdachte 1] ’spelen ook hier in meer of mindere mate een rol. Daarbij kan nog worden opgemerkt dat de (sturende) rol van [medeverdachte 2] niet heel duidelijk uit het dossier volgt. Voor die conclusie kan steun worden gevonden in de omstandigheid dat het requisitoir maar beperkt melding maakt van de rol van [medeverdachte 2] bij de verschillende projecten.
100 (honderd) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
50 (vijftig) dagen.