ECLI:NL:RBROT:2016:4276
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing faillissement met toepassing en verkorting schuldsaneringsregeling
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot opheffing van haar faillissement van 23 september 2014, met gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de zitting van 11 januari 2016 zijn verzoekster en curator gehoord. Verzoekster heeft het informatieblad Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen ontvangen en ondertekend.
De rechtbank oordeelt dat er geen voldoende grond is om het verzoek tot opheffing van het faillissement en toepassing van de schuldsaneringsregeling af te wijzen. Uit het dossier blijkt dat verzoekster gedurende vijftien maanden een bedrag boven het vrij te laten bedrag aan de boedel heeft afgedragen, waardoor zij ruim €7.600 heeft gespaard tijdens het faillissement.
Op basis hiervan wordt het verzoek tot verkorting van de schuldsaneringsregeling met vier maanden toegewezen, zodat de regeling twee jaar en acht maanden duurt. Hierbij is rekening gehouden met het reguliere minnelijk traject dat doorgaans elf maanden duurt. Tevens stelt de rechtbank het salaris van de curator en de verschotten definitief vast en benoemt een rechter-commissaris.
Uitkomst: Faillissement opgeheven met toepassing van de schuldsaneringsregeling en verkorting van de termijn tot twee jaar en acht maanden.