ECLI:NL:RBROT:2016:2687
Rechtbank Rotterdam
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing proceskostenveroordeling bij gedeeltelijke coulance terugvordering bijstand
Verzoekster ontving sinds 2012 een bijstandsuitkering voor alleenstaande ouders. Verweerder trok deze uitkering in per maart 2014 en vorderde de bijstand terug over de periode maart 2013 tot september 2014, omdat verzoekster een gezamenlijke huishouding voerde met haar ex-partner en dit niet had gemeld. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit, dat door verweerder werd gehandhaafd.
Tijdens de procedure verlaagde verweerder uit coulance het terugvorderingsbedrag met 33,3%, mede vanwege de medische situatie van verzoekster. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding. Verweerder stelde dat het besluit rechtmatig was en verzocht afwijzing van het verzoek.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster haar inlichtingenplicht had geschonden en dat de terugvordering daarom terecht was. De coulante tegemoetkoming van verweerder was onverplicht en mocht niet worden tegengeworpen in het kader van proceskostenvergoeding. Omdat verzoekster zelf schuld had aan het instellen van beroep en een proceskostenveroordeling de bereidheid van verweerder om mee te werken aan oplossingen zou ondermijnen, wees de rechtbank het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen ondanks gedeeltelijke coulance van het bestuursorgaan.