Uitspraak
mr. P.L. van Dijkeen
mr. G.M. Paling,
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen drie rechters van de rechtbank Rotterdam die betrokken waren bij een procedure tot beëindiging van haar ouderlijk gezag over haar minderjarige dochter. Zij stelde dat zij onvoldoende aan het woord was gekomen, belangrijke rapportages niet waren ingebracht en dat de rechters niet onpartijdig zouden zijn.
De rechtbank onderzocht het verzoek en concludeerde dat de rechters uit hoofde van hun functie worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dat tegenspreken. De wrakingskamer vond geen objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid. Het feit dat verzoekster niet mocht reageren nadat alle partijen tweemaal hadden gesproken en dat zij niet mocht citeren uit niet-ingebrachte rapportages, was niet onbegrijpelijk.
De voorzitter bepaalde de orde van de zitting en het moment waarop voldoende informatie was verkregen. Het verzoek tot wraking werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen. De beslissing werd op 3 maart 2016 uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.