ECLI:NL:RBROT:2016:2460
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in BOPZ-zitting wegens ontbreken zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid
De rechtbank Rotterdam behandelde een wrakingsverzoek gericht tegen de rechter die betrokken was bij een BOPZ-zitting op de verblijfplaats van verzoeker. Verzoeker betoogde dat de rechter onpartijdigheid had geschonden door zich te laten vergezellen door politieagenten zonder geldige machtiging tot binnentreden, wat volgens hem een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid vormde.
De rechter stelde dat hij conform het protocol voor BOPZ-zittingen de orde en veiligheid op de zitting bepaalt en dat de aanwezigheid van politieagenten noodzakelijk werd geacht op basis van informatie van de behandelend psychiater en het dossier. De rechter erkende dat er geen wettelijke bevoegdheid was tot binnentreden zonder toestemming, maar stelde dat dit geen aanleiding gaf tot twijfel aan zijn onpartijdigheid.
De wrakingskamer oordeelde dat de rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat de aangevoerde omstandigheden geen zwaarwegende aanwijzingen opleverden voor vooringenomenheid. Ook de procedurele aspecten rondom de aanwezigheid van politieagenten en het ontbreken van een machtiging tot binnentreden werden niet als grond voor wraking erkend. Het verzoek werd dan ook ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.