ECLI:NL:RBROT:2016:2371
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor niet behalen inburgeringsexamen langdurig ingezetene
Eiseres, een langdurig ingezetene met Marokkaanse nationaliteit, kreeg een boete van €250 opgelegd wegens het niet behalen van het inburgeringsexamen voor de gestelde termijn van 1 september 2014. Verweerder handhaafde deze boete en stelde dat er geen dringende redenen waren om hiervan af te zien.
De rechtbank oordeelde dat de boete niet in strijd is met de doelen van Richtlijn 2003/109/EG, mede gelet op een arrest van het Hof van Justitie van de EU waarin het opleggen van een geldboete aan langdurig ingezetenen die het examen niet binnen de termijn behalen, is toegestaan. De hoogte van de boete en de mogelijkheid tot gespreide betaling maken dat de boete de verwezenlijking van de richtlijndoelen niet in gevaar brengt.
Eiseres voerde aan dat de termijn onredelijk kort was en dat haar omstandigheden (zoals faillissement van de opleider en zorgtaken) het niet behalen niet aan haar konden worden toegerekend. De rechtbank verwierp deze argumenten omdat de termijn van vijf jaar plus verlenging van een jaar niet onredelijk is en de omstandigheden onvoldoende concreet waren om schuldvrijheid aan te nemen.
Ook het betoog dat de boete onevenredig is, werd verworpen omdat de boete passend is bij de ernst van de overtreding. Een nieuw aangevoerd gelijkheidsbeginselverweer werd niet inhoudelijk behandeld omdat het niet was onderbouwd en niet tegen het bestreden besluit was gericht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete van €250,- voor het niet behalen van het inburgeringsexamen.