ECLI:NL:RBROT:2016:1972
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijstand wegens vooruitbetaalde huur als vermogen
Eiser huurde een gemeubileerd appartement en betaalde op 28 november 2014 een bedrag van €5.700,- vooruit voor huur en bijkomende kosten voor de periode van zes maanden. Verweerder wees de aanvraag om bijstand af omdat dit bedrag als vermogen werd meegeteld, wat het vermogen van eiser boven de vermogensgrens bracht.
Eiser stelde dat slechts vijf maanden huur als vermogen gerekend mocht worden en dat vooruitbetaling niet als vermogen kon gelden omdat het niet kapitaliseerbaar was. De rechtbank oordeelde dat eiser feitelijk beschikte over het huurrecht en bijkomende rechten voor zes maanden, die als bezit met een waarde van €5.700,- moeten worden gewaardeerd.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser en bevestigde dat de vooruitbetaalde huur als vermogen moet worden aangemerkt, waardoor eiser geen recht had op bijstand in de periode van 19 november tot 5 december 2014. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn bijstandsaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat vooruitbetaalde huur als vermogen wordt aangemerkt.