ECLI:NL:RBROT:2015:6383
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor overtreding rookverbod in horeca-inrichting
De zaak betreft een beroep tegen een bestuurlijke boete van €2.400,- opgelegd wegens overtreding van artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet. De overtreding vond plaats op 17 juli 2014 tijdens een inspectie door de NVWA, waarbij binnen de horeca-inrichting werd gerookt ondanks het rookverbod.
Eiser voerde aan dat hij geen feitelijke zeggenschap had over de onderneming en dat zijn neef de exploitatie bepaalde. De rechtbank oordeelde dat de inschrijving in het handelsregister als eenmanszaak met één werkzame persoon doorslaggevend is, en dat eiser daarmee als werkgever moet worden beschouwd. De aangevoerde culturele gezagsverhoudingen en arbeidsovereenkomst konden dit niet weerleggen.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende maatregelen had getroffen om te voorkomen dat zijn werknemer hinder ondervond van roken. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat eerdere controles zonder boeteoplegging geen rechtszekerheid boden. Omdat het de derde overtreding binnen drie jaar betrof en geen bijzondere omstandigheden waren gesteld, bleef de boete in stand.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de bestuurlijke boete van €2.400 wegens overtreding van het rookverbod in de horeca-inrichting.