ECLI:NL:RBROT:2015:6060
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Hello
- D. van der Sluis
- C.F.J. de Jongh
- Rechtspraak.nl
Geen gezagsverhouding bij arbeidsovereenkomst tussen moeder en zoon voor PGB-zorg
Eiser sloot met zijn moeder, die een Persoonsgebonden Budget (PGB) ontving, een zorg- en arbeidsovereenkomst voor persoonlijke verzorging. Na het aanvragen van een WW-uitkering en later ziekmelding, weigerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een Ziektewet-uitkering toe te kennen omdat volgens verweerder geen sprake was van een dienstbetrekking vanwege het ontbreken van een gezagsverhouding.
Eiser stelde dat hij wel degelijk een privaatrechtelijke dienstbetrekking had en dat het ontbreken van loonbetaling tijdens ziekte en verzuimbegeleiding binnen een PGB-context niet uitsluit dat er een gezagsverhouding bestond. De rechtbank overwoog dat bij familierelaties zoals tussen ouder en kind doorgaans geen gezagsverhouding wordt aangenomen, tenzij er duidelijke aanwijzingen zijn voor werkgeversgezag.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet onder gezagsverhouding werkte, mede omdat hij niet ter verantwoording werd geroepen over zijn werkzaamheden en een grote mate van zelfstandigheid had. De omstandigheden verschilden wezenlijk van die van een vergelijkbare buitenstaander. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard omdat geen sprake is van een gezagsverhouding en dus geen dienstbetrekking voor de Ziektewet.