Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 juni 2015 in de zaak tussen
de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Onder die omstandigheden kan bij de uitleg van artikel 39a, onder a, van het Besluit spoorverkeer geen betekenis worden gehecht aan de beperking van de geldigheidsduur van een toelatingscertificaat. De toepasselijkheid van die bepaling zou dan immers afhankelijk worden van de willekeurige omstandigheid of voor een spoorvoertuig dat op
31 december 2004 overeenkomstig de destijds geldende voorschriften kon worden gebruikt op een hoofdspoorweg, een toelatingscertificaat was verleend. Die uitleg van artikel 39a, onder a, van het Besluit spoorverkeer zou dan ook tot een niet gerechtvaardigde en daarom onaanvaardbare rechtsongelijkheid leiden.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept de primaire besluiten;
- verklaart verweerder onbevoegd om op de aanvragen van eiseres van 18 november 2013 tot verlening van indienstellingsvergunningen voor de wagons te beslissen;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding aan eiseres van de door haar geleden schade tot een bedrag van € 21.236,- te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag met ingang van de dag waarop eiseres dat aan verweerder heeft betaald tot de dag van de algehele voldoening door verweerder;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 328,00 vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 3.334,30 te betalen aan eiseres.