De rechtbank Rotterdam heeft op 23 april 2015 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser werd beboet door de AFM wegens overtreding van artikel 5:58, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wft. De AFM stelde dat eiser in de periode van 1 augustus tot 21 september 2011 de koers van het aandeel NSE kunstmatig had verhoogd door het systematisch overvragen van het aanbod op een lager prijsniveau, waardoor de veilingprijs werd beïnvloed.
Eiser heeft de feiten niet bestreden maar voerde aan dat zijn handelen gericht was op het vergroten van zijn aandelenpakket en dat hij gerechtvaardigde beweegredenen had, waaronder het voor zijn rekening snel zijn van High Frequency Traders. De rechtbank verwierp deze verweren, stellende dat rationeel handelend beleggers juist tegen zo laag mogelijke koersen hun positie uitbreiden en dat HFT-handelaren niet actief waren in dit illiquide veilingfonds.
De rechtbank oordeelde dat het handelen van eiser objectief gericht was op het kunstmatig verhogen van de koers, wat in strijd is met de Wft. De opgelegde boete van €100.000 werd als passend beschouwd, ondanks dat het basisbedrag veel hoger was. Eiser had onvoldoende financiële gegevens overlegd om matiging te rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard.