Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[eiser2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 9 april 2014;
- de brief van 22 mei 2014 van mr. Lemstra;
- de brief van 26 mei 2014 van mr. Ditvoorst
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure tussen Kerten Investments S.A.R.L. en [gedaagde] heeft de rechtbank Rotterdam op 9 april 2014 een tussenvonnis gewezen waarin is vastgesteld dat tussen partijen een overeenkomst tot het geven van beleggingsadvies is gesloten en dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming daarvan.
[gedaagde] verzocht om toestemming voor tussentijds hoger beroep tegen dit tussenvonnis, stellende dat hij het niet eens is met de beslissingen van de rechtbank en dat een uitvoerig debat over causaal verband, toerekenbaarheid, eigen schuld en schade nog moet plaatsvinden. Kerten c.s. maakte bezwaar tegen dit verzoek, stellende dat de proceseconomie gebaat is bij een spoedig eindvonnis.
De rechtbank oordeelde dat bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die een uitzondering op de hoofdregel van artikel 337 lid 2 Rv Pro rechtvaardigen. De procedure is complex en omvangrijk, met cruciale beslissingen in het tussenvonnis die bepalend zijn voor het verdere verloop. Het toestaan van tussentijds hoger beroep voorkomt onnodige verdere procedures indien het tussenvonnis wordt vernietigd.
Daarom werd het verzoek van [gedaagde] toegewezen en werd bepaald dat tussentijds hoger beroep kan worden ingesteld tegen het tussenvonnis van 9 april 2014, nog voordat het eindvonnis is gewezen.
Uitkomst: De rechtbank verleent toestemming voor tussentijds hoger beroep tegen het tussenvonnis van 9 april 2014.