Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
2.De vorderingen en het verweer
3.De beoordeling
In de hoofdzaak
- griffierecht € 575,-
- salaris advocaat (vier punten in Liquidatietarief II) € 1.808,-
Rechtbank Rotterdam
Concordia Shipyards B.V. vordert van Cross-Ocean C.V. en Cross-Ocean B.V. onder meer vernietiging van overeenkomsten en algemene voorwaarden, en schadevergoeding wegens naheffingen opgelegd door de Belastingdienst vanwege onjuiste aangifte van casco’s van binnenschepen als zeeschepen.
De rechtbank stelt vast dat Cross-Ocean B.V. als beherend vennoot van Cross-Ocean C.V. de wederpartij van Concordia is en dat Concordia stilzwijgend de overeenkomsten heeft bekrachtigd ondanks onbevoegde ondertekening. De Expeditievoorwaarden zijn van toepassing en niet vernietigbaar wegens niet-terhandstelling of onredelijkheid.
De kern van het geschil betreft de vraag of Cross-Ocean B.V. tekort is geschoten in de zorgvuldigheid bij het toepassen van de juiste tariefpost. De rechtbank oordeelt dat Cross-Ocean B.V. niet aansprakelijk is omdat zij redelijk heeft gehandeld, geen bewijs is geleverd dat zij de tariefswijziging niet kende, en dat het niet aanvragen van een bindende tariefinlichting niet betekent dat zij niet zorgvuldig handelde.
De vorderingen tot schadevergoeding en zekerheid worden afgewezen en Concordia wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Concordia af en veroordeelt haar in de proceskosten.