Uitspraak
[verdachte],
GELDIGHEID DAGVAARDING
A. Medeplegen afpersing [kerngetuige 1]
B. Bruikbaarheid verklaringen [kerngetuige 1] en [kerngetuige 2]
daar: Rb) zouden moeten komen. Onderweg richting de rechtbank begon ik mij af te vragen wat we aan het doen waren en hoe gevaarlijk het was wat we deden.’ [8]
wishfull thinkingworden genoemd.
Fiasco [project 1]
geld: Rb) van [betrokkene 1]
: Rb),daar is alle ellende mee begonnen eigenlijk.
Opgelicht en/of oneerlijk spel
advance feeaan haar had overgemaakt om de beloofde financiering te krijgen. Later bleek dat het $ 85.000,-- waren verdwenen.
- het aannemen van een bedrag van hfl. 3.000.000,-- van [betrokkene 1] dat [kerngetuige 1] heeft doorgeleid naar zijn Amerikaanse project (paragraaf 2.3.1.);
- de investering van een bedrag van € 250.000,-- ten behoeve van de aankoop van een pand, waarin een coffeeshop zou worden gevestigd (paragraaf 2.3.2.);
- het verduisteren van gelden van neef [betrokkene 10] (paragraaf 2.3.3.);
- het verduisteren van gelden van [broer kerngetuige 1] en van zijn ouders (paragraaf 2.3.4.);
- het informeren naar de mogelijkheden om tot een (bom)aanslag op [betrokkene 7] te komen (paragraaf 2.3.5.);
- de aangifte van bedrieglijke bankbreuk bij de afhandeling van faillissementen (paragraaf 2.3.6.).
: Rb) en dat hij dat geld niet meer in zijn bank wilde hebben en of [broer kerngetuige 1] dus een oplossing wist.’ [30]
[kerngetuige 1]: Rb) en in de gerelateerde faillissementen van [bedrijf 4] en [bedrijf 5] is door de curator tegen curandus aangifte gedaan van bedrieglijke bankbreuk.’
Conclusie ten aanzien van [kerngetuige 1]
Conclusie ten aanzien van [kerngetuige 2]
- [kerngetuige 1] ontloopt door zijn gedwongen vertrek strafvervolging van meerdere strafbare feiten;
- [kerngetuige 1] ontloopt door zijn gedwongen vertrek vele schuldeisers.
onclusie
- Het aantal en de omvang van de tenlastegelegde feiten zijn groot. Het betreft een reeks afpersingen in een periode van bijna vijf jaar met drieëndertig feitelijkheden, verdeeld over de verdachte en vijf van zijn medeverdachten.
- Het aantal en de lengte van de verklaringen van [kerngetuige 1] en [kerngetuige 2] zijn enorm. [kerngetuige 1] is vijfentwintig keer gehoord en [kerngetuige 2] negen keer. In totaal bijna 700 pagina’s schriftelijke weergave van de verklaringen.
- De verklaringen van [kerngetuige 1], en in mindere mate van [kerngetuige 2], vormen de ruggengraat of liever nog, het gehele skelet van de verdenkingen tegen de verdachte en zijn medeverdachten wat betreft de zaak ‘Afpersing [kerngetuige 1]’.
- Het aantal verdachten is groot. Vrijwel alle tien verdachten hadden (groot) belang bij het horen van [kerngetuige 1].
- De wijze van beantwoording van de vragen door [kerngetuige 1]. Niet zelden was met name [kerngetuige 1] wijdlopig in zijn antwoorden. Voor een deel lag dit probleem besloten in de door hem eerder afgelegde verklaringen, voor een ander deel in de persoon [kerngetuige 1] en voor een deel in het geschil dat [kerngetuige 1] heeft met de Staat over zijn getuigenbeschermingsovereenkomst.
C. Getuigenbeschermingstraject
De beschermde getuige in het algemeen
De beschermde getuige(n) in de onderhavige zaak
Conclusie
Feit 4: afpersing/bedreiging [slachtoffer 3]
Feit 5: afpersing [slachtoffer 1]/[slachtoffer 2]
- een sms van 12 februari 2010 waaruit volgt dat [slachtoffer 1] op dat moment in drie keer € 325.000,-- heeft betaald;
- de omstandigheid dat [slachtoffer 1] in maart 2010 bezig is om € 10.000,-- uit zijn coffeeshop te halen om aan de verdachte en [medeverdachte 3] te betalen;
- contacten tussen de verdachte en [slachtoffer 1] in september 2010 waarin [slachtoffer 1] zich beklaagt over zijn te zware verplichtingen tegenover de verdachte en zegt dat hij het gevoel heeft dat hem een te zware deal door de strot wordt geduwd;
- gesprekken tussen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] van 30 augustus, 3 en 8 september 2010;
- een ontmoeting van 24 september 2010 tussen [slachtoffer 1] enerzijds en de verdachte en [medeverdachte 3] anderzijds, in aanwezigheid van [betrokkene 14] en het daarop volgende telefoongesprek van dezelfde dag tussen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2];
- maatregelen, die na de gesprekken van september 2010 door [slachtoffer 1] worden genomen om zichzelf min of meer onzichtbaar te maken (zoals wegblijven bij Ajax, in een andere auto gaan rijden, zijn huis in Spanje laten overschrijven, het te koop zetten van zijn boot en van kunstwerken);
- telefoontaps waaruit volgt, dat in november 2010 de druk op [slachtoffer 1] wordt opgevoerd doordat [betrokkene 15] naar de coffeeshops van [slachtoffer 1] wordt gestuurd met de dringende opdracht dat [slachtoffer 1] contact moet zoeken met de verdachte;
- een gesprek tussen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] van 24 februari 2011 waaruit volgt dat de arrestatie van de verdachte hen een hoop geld scheelt.
- telefoongesprekken van 3 en 24 september 2010 tussen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1];
- telefoongesprekken van 24 en 25 september 2010 tussen [slachtoffer 2] en [betrokkene 16];
- OVC-gesprekken van 15 december 2010 en 31 januari 2011 tussen [slachtoffer 2] en [betrokkene 16];
- de verklaring van [kerngetuige 1] dat de verdachte van het afgeperste bedrag van 7,5 miljoen zijn woonboerderij heeft gekocht.
Feit 6: afpersing [slachtoffer 5 en 6]
Feit 1: witwassen [plaats 2]
aflossingenvan de hypotheek worden gedaan met geld dat van misdrijf afkomstig is.
Feit 2: afpersing [kerngetuige 1]
Feit 3: afpersing [slachtoffer 3]
Feit 7: afpersing [slachtoffer 4]
Feit: beïnvloeding getuigen (960211-12)
Feit: witwassen [bedrijf 10] (960049-12)
Bewezenverklaring
Feit 1: witwassen [plaats 2]
1 september 2010tot en met
4 september 2011in Nederland en Spanje,
afkomstig waren van enig misdrijf;
Feit 2: afpersing [kerngetuige 1]
17 december 2009tot en met 22 februari 2010, te Nieuw-Buinen en te Amsterdam, tezamen en in vereniging met één ander met het oogmerk om zich en één ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en bedreiging met geweld [kerngetuige 1] en [broer kerngetuige 1] heeft gedwongen tot de afgifte van geldbedragen te weten:
heeftgezegd dat er voor 4 januari 2010 uiterlijk een bedrag van 45.000,- moest zijn betaald en dat [broer kerngetuige 1] ingeschakeld moest worden om bij te dragen in de financiële verplichtingen en
heeftgezegd dat hij, [kerngetuige 1], samen met [broer kerngetuige 1] nog diezelfde avond naar Drenthe moet rijden om te laten zien bereid te zijn alles te brengen wat zij, [kerngetuige 1] en [broer kerngetuige 1], op dat moment bezitten. Auto's, geld, sieraden, klokjes en alles wat maar enige waarde vertegenwoordigd, zodat [verdachte] tevreden wordt gesteld en ziet dat zij er alles aan doen en
[verdachte]
heeftgezegd dat [broer kerngetuige 1] moest komen en dat als hij, [broer kerngetuige 1] niet komt, hij hem zou laten halen en heeft hij, [verdachte] tegen die [kerngetuige 1] gezegd dat hij, [verdachte], zijn klokken ging verkopen waardoor [kerngetuige 1] zijn schulden bij [medeverdachte 3] kon inlossen en dat die klokken 4 ton waard waren en dat dat het bedrag was waar [kerngetuige 1] met [broer kerngetuige 1] de tijd voor kreeg om na te denken, maar dat die [kerngetuige 1] niet weg mocht gaan tot hij en [broer kerngetuige 1] gingen vertellen hoe ze het gingen betalen
heeft gesommeerdmorgen te komen met [broer kerngetuige 1] en
de verdachteeen mes in zijn rug kreeg.
Feit: beïnvloeding getuigen (960211-12)
29 juni2012 tot en met 19
juli2012, te Almere en Middelburg en Oldemarkt,
hunvrijheid om naar waarheid ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij en zijn mededader weet hebben of ernstige reden hebben te vermoeden dat die verklaring zal worden afgelegd, immers hebben hij, verdachte en zijn mededader
gelegenheidonderstrepend hoe belangrijk dit was en
Feit: witwassen [bedrijf 10] (960049-12)
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) maanden;
- gelast de teruggave de rechthebbende;
Bijlage I bij vonnis van 2 juni 2014.
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 februari 2010 tot en met 4 mei 2010, te Amsterdam, althans (elders) in Nederland