Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 25 september 2013;
- de conclusie van antwoord;
- het comparitievonnis van 13 november 2013;
- het proces-verbaal van de zitting van 6 januari 2014.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres was sinds 1 januari 2010 in dienst als juridisch secretaresse en vanaf 17 december 2010 volledig arbeidsongeschikt. Het dienstverband werd opgezegd per 1 mei 2013. Er ontstond geschil over de uitbetaling van vakantiedagen opgebouwd tijdens arbeidsongeschiktheid, waarbij eiseres stelde recht te hebben op 43,75 dagen, terwijl gedaagde slechts 34,75 dagen uitbetaalde.
De kantonrechter oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij in 2012 negen vakantiedagen had genoten en verwierp het beroep van gedaagde op verval van vakantiedagen op grond van de Regeling Secundaire Arbeidsvoorwaarden (RSA) en artikel 7:640a BW, omdat de vervaltermijn pas na het einde van het dienstverband zou ingaan.
Verder werd geoordeeld dat het loon waartegen vakantiedagen moeten worden uitbetaald het volledige overeengekomen loon betreft, inclusief vakantietoeslag, en niet slechts 70% zoals gedaagde betoogde. Dit volgt uit de wetsgeschiedenis, jurisprudentie en EU-recht. Het beroep van gedaagde op redelijkheid en billijkheid werd verworpen. De vordering van eiseres werd toegewezen met een matiging van de wettelijke verhoging tot 10%.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot uitbetaling van 9 niet-genoten vakantiedagen tegen volledig loon met wettelijke rente en kosten.