Uitspraak
1.[gedaagde sub 1],
1.Het verloop van de procedure
- de exploten van dagvaarding van 21 en 28 augustus 2013 met producties;
- de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 1] met producties;
- het tussenvonnis van 21 november 2013, waarbij een comparitie van partijen is gelast;
- de door [eiseres] ten behoeve van de comparitie van partijen ingebrachte productie 22;
- het proces-verbaal van de op 8 januari 2014 gehouden comparitie van partijen, met als bijlage de productie die door [gedaagde sub 1] is overgelegd.
2.De vaststaande feiten
3.De vordering
4.Het verweer
5.De beoordeling
‘Tijdens onenigheid in het verkeer (voetganger/automobilist) kreeg de man een vuistslag in zijn gezicht. Hierdoor liep hij mondletsel op evenals een beschadiging aan zijn gebit. Met name wordt smartengeld toegewezen voor het gevoel van onveiligheid en het besef aangetast te zijn in zijn persoonlijke en fysieke integriteit ten gevolge van de mishandeling.’[gedaagde sub 1] acht de reeds door de politierechter opgelegde vergoeding voor immateriële schade van € 100,00 redelijk en wijst op uitspraak 910 van de Smartengeldgids 17e druk 2009. Niet alleen betreft dit een oudere versie van de Smartengeldgids, ook is de casus niet vergelijkbaar met de onderhavige. In nummer 910 is een man in het gelaat geslagen, waardoor hij enkele weken hinder heeft ondervonden van een enigszins gezwollen gezicht. Bij [eiseres] is er sprake van aanzienlijke schade aan haar gebit, hetgeen vergelijkbaar is met de gevolgen zoals in nummer 952 beschreven. Gelet op de omstandigheden van dit geval is het bovendien aannemelijk dat [eiseres] eenzelfde gevoel van onveiligheid heeft en er sprake is van het gevoel aangetast te zijn in haar persoonlijke en fysieke integriteit. Om die reden wordt voor de hoogte van de immateriële schade aansluiting gezocht bij uitspraak nummer 952, zodat het gevorderde bedrag van € 557,00 toewijsbaar is.