Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[a]gevestigd te [vestigingsplaats], verzoekster,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De naamloze vennootschap verzoekster kreeg van De Nederlandsche Bank (DNB) een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 5:20 Awb Pro, gevolgd door een invorderingsbesluit tot betaling van €30.000,-. Verzoekster vroeg om een voorlopige voorziening om schorsing van deze besluiten te verkrijgen, stellende dat de invordering haar bedrijfsvoering zou schaden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het enkele financiële belang van verzoekster onvoldoende is om een voorlopige voorziening toe te kennen. Hoewel schorsing zonder terugwerkende kracht mogelijk is, heeft verzoekster niet aannemelijk gemaakt dat haar continuïteit ernstig wordt bedreigd. Ook is niet gebleken dat de rechtmatigheid van de besluiten ernstig betwijfeld moet worden zonder diepgaand onderzoek.
Daarom is het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot schorsing van het dwangsombesluit en invorderingsbesluit wordt afgewezen.