ECLI:NL:RBROT:2014:10188
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen ACM-besluit inzake handhaving tariefstelling KPN interconnecterende huurlijnen
BT Nederland heeft een verzoek ingediend bij ACM om handhavend op te treden tegen KPN wegens vermeende overtredingen bij de levering van interconnecterende huurlijnen. BT stelde dat KPN onterecht regionale tarieven hanteerde in plaats van lokale tarieven en dat ACM had moeten optreden, inclusief het opleggen van een bestuurlijke boete.
ACM oordeelde dat KPN niet in strijd had gehandeld met haar verplichtingen en dat de gehanteerde tarieven kostengeoriënteerd en niet discriminerend waren. De rechtbank stelde vast dat het beroep zich beperkte tot de vraag of ACM gehouden was handhavend op te treden in de periode mei 2003 tot en met december 2008.
De rechtbank oordeelde dat BT niet tijdig en eenduidig een afwijkend feitencomplex had gepresenteerd en dat ACM terecht uitging van de onherroepelijke besluiten die de tariefsystematiek goedkeurden. Ook werd geoordeeld dat BT voldoende op de hoogte was van de mogelijkheid tot lokale uitrol en dat KPN terecht regionale ILLs had geleverd conform de bestellingen.
De rechtbank concludeerde dat ACM niet gehouden was handhavend op te treden en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep van BT ongegrond en bevestigt dat ACM niet gehouden was handhavend op te treden tegen KPN.