ECLI:NL:RBROT:2013:CA3385
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.J. van Rijen
- F. Damsteegt-Molier
- A. Muilwijk-Schaaij
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurders voor fraude met vervalste voorraadlijsten en onrechtmatig handelen in kredietovereenkomst
De zaak betreft een kredietovereenkomst tussen de bank en kredietnemers [A] en [D], waarbij een krediet van US$ 13 miljoen werd verstrekt onder zekerheid van verpande voorraden en vorderingen. De bank ontdekte een aanzienlijk verschil in voorraadopgaven, waarbij voorraadlijsten bewust waren vervalst door bestuurder [gedaagde 2] om meer krediet te verkrijgen dan contractueel toegestaan.
De bank vordert hoofdelijke aansprakelijkheid van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] wegens valsheid in geschrifte, oplichting en onrechtmatig handelen. De rechtbank stelt vast dat [gedaagde 2] de voorraadlijsten bewust heeft vervalst en daarmee een ernstig persoonlijk verwijt treft. Ook [gedaagde 1], als bestuurder van [D], wordt aansprakelijk gehouden wegens onrechtmatig handelen, mede omdat beide kredietnemers van de fraude hebben geprofiteerd.
Er is discussie over het causaal verband tussen de vervalsingen en de door de bank geleden schade, omdat het krediet grotendeels al bij aanvang was opgenomen. De rechtbank acht nader onderzoek en een comparitie nodig om dit verband en de omvang van de schade vast te stellen.
De bank heeft conservatoir beslag gelegd op aandelen van [gedaagde 1], waarvan opheffing wordt gevorderd, maar de rechtbank houdt de beslissing hierover aan zolang het conventiegeschil niet is afgerond.
De procedure wordt voortgezet met een comparitie en nadere stukken om de causaliteit en schade verder te beoordelen.
Uitkomst: De rechtbank stelt aansprakelijkheid van bestuurders vast maar houdt de zaak aan voor nader onderzoek naar het causaal verband en de omvang van de schade.