ECLI:NL:RBROT:2013:CA1229
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. de Wildt
- M. Schoneveld
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebeschikking wegens willekeur en ongelijkheid bij toepassing Boetecode Mededingingswet
De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak over een boete opgelegd wegens overtreding van artikel 34 van Pro de Mededingingswet. Eisers betoogden dat de toepassing van de Boetecode 2007 leidde tot ongelijke behandeling doordat de omzet van de overgenomen onderneming afhankelijk van het moment van de boetebeschikking al dan niet werd meegenomen.
De rechtbank stelde vast dat de Boetecode 2007 twee meldingsdrempels kent en dat de lex certa beginselen niet waren geschonden. Wel werd geconcludeerd dat de Boetecode 2007 te weinig nuance biedt, waardoor willekeur en ongelijkheid ontstaan bij de boetebepaling. De rechtbank paste de bestuurlijke lus toe en gaf verweerder de gelegenheid het besluit te motiveren of de boete aan te passen.
Verweerder slaagde er niet in het gebrek te herstellen. De rechtbank stelde daarom zelf de boetegrondslag vast op basis van de omzet uit 2008 en paste het promillage aan naar een passend niveau. De boete werd vastgesteld op €130.000. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de boetebeschikking en legt een aangepaste boete van €130.000 op.