ECLI:NL:RBROT:2013:BZ2307
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing van beslag wegens ontbreken van vereenzelviging tussen vennootschappen
In deze zaak vordert Kliniek Rijnmond c.s. opheffing van conservatoir beslag dat door AIC B.V. is gelegd op basis van een samenwerkingsovereenkomst met Kliniek Moshe Yemin. AIC B.V. stelde dat Kliniek Rijnmond c.s. en Kliniek Moshe Yemin als groep functioneren en dat er sprake is van vereenzelviging, zodat het beslag ook ten laste van Kliniek Rijnmond c.s. terecht zou zijn.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de samenwerkingsovereenkomst uitsluitend tussen AIC B.V. en Kliniek Moshe Yemin is gesloten en dat Kliniek Rijnmond c.s. deze overeenkomst niet heeft overgenomen of zich daarvoor garant heeft gesteld. Hoewel er enkele overlappingen zijn in bestuurders en adres, is onvoldoende gebleken dat Kliniek Rijnmond c.s. en Kliniek Moshe Yemin als één entiteit functioneren of dat sprake is van vereenzelviging in de zin van artikel 2:24b BW.
De rechter weegt het spoedeisend belang van Kliniek Rijnmond c.s. zwaar, nu het beslag de continuïteit van haar onderneming bedreigt. Gezien het ontbreken van een deugdelijke grondslag voor het beslag ten laste van Kliniek Rijnmond c.s. beveelt de voorzieningenrechter opheffing van het beslag en legt een verbod op om op basis van het verleende verlof nieuwe beslagen te leggen zonder toestemming van de rechter. AIC B.V. wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beslag ten laste van Kliniek Rijnmond c.s. wordt opgeheven wegens ontbreken van vereenzelviging met Kliniek Moshe Yemin.