ECLI:NL:RBROT:2013:BZ2290
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over dwangsommen en verstrekking informatie legitieme portie nalatenschap
De zaak betreft een executiegeschil tussen eiseres, executeur-testamentair en enige erfgenaam, en gedaagde, wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige dochter die aanspraak maakt op haar legitieme portie uit de nalatenschap van de overleden erflater.
Gedaagde vordert dat eiseres stopt met de executie van een eerdere beschikking waarbij eiseres werd bevolen binnen veertien dagen informatie te verstrekken ter berekening van de legitieme portie, onder dreiging van een dwangsom. Eiseres stelt dat zij aan deze verplichting heeft voldaan en dat gedaagde misbruik maakt van recht.
De rechtbank stelt vast dat de verstrekte informatie onvoldoende is om de legitieme portie te berekenen, onder meer omdat essentiële documenten zoals taxatierapporten, bankafschriften en onderbouwingen van schulden ontbreken. De dwangsommen zijn daardoor terecht verbeurd. Er is geen aanleiding om de executie te schorsen of de dwangsommen te matigen.
De vorderingen van eiseres worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres af en bevestigt dat zij dwangsommen heeft verbeurd wegens onvoldoende informatieverstrekking.