ECLI:NL:RBROT:2013:BY9375
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen exploitatievergunning speelautomatenhal Vlaardingen
De zaak betreft het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Vlaardingen om aan Hommerson Leisure Vlaardingen B.V. een exploitatievergunning voor een speelautomatenhal te verlenen. Verzoekers, concurrenten in de markt, stelden dat het besluit onrechtmatig was en dat spoedeisendheid bestond vanwege de financiële schade die zij zouden lijden.
De voorzieningenrechter constateerde dat de geldigheid van het bestreden besluit reeds was verstreken en dat verweerder het bezwaar waarschijnlijk niet-ontvankelijk zou verklaren. Het financiële belang van verzoekers werd erkend, maar dit vormde op zichzelf geen reden voor een voorlopige voorziening. Er was geen aannemelijk bewijs dat de continuïteit van hun onderneming daadwerkelijk werd bedreigd.
Verder oordeelde de voorzieningenrechter dat de gemeenteraad niet buiten zijn verordenende bevoegdheid was getreden en dat de verordening niet als een concreet besluit kon worden aangemerkt. De bevoegdheid van de burgemeester was niet illusoir gemaakt en het besluit was niet apert onrechtmatig. De overige aangevoerde grieven boden geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening.
De verzoeken om voorlopige voorziening werden dan ook afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen exploitatievergunning speelautomatenhal wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang en geen apert onrechtmatig besluit.