Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[eiseres], te Zwijndrecht, eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Nu door haar toedoen ten onrechte uitkering is verstrekt, wordt deze met terugwerkende kracht tot en met de dag vanaf welke de uitkering ten onrechte is verstrekt (11 februari 2002) ingetrokken. Niet is gebleken van dringende redenen op grond waarvan afgezien kan worden van intrekking met terugwerkende kracht.
De terugvordering van de over de periode 11 februari 2002 tot en met 31 december 2011 ten onrechte betaalde uitkering ten bedrage van € 132.807,80 bruto blijft hierdoor in stand.
In dit verband verwijst eiseres naar de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van
“Gelet op het chronische en progressieve beloop tot op heden van het ziektebeeld, en gelet op de ongunstige psychosociale factoren en persoonlijke beperkingen valt aan te nemen dat het gaat om een therapie resistente aandoening, prognostisch eveneens ongunstig.”
Beslissing
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak,
- houdt iedere verdere beslissing aan.
mr. J.D.M. Nouwen, leden, in aanwezigheid van mr. S.M. Joseph, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2013.