ECLI:NL:RBROT:2013:5964
Rechtbank Rotterdam
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep Wwb-uitkering
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de gemeente Capelle aan den IJssel om geen Wwb-uitkering toe te kennen over de periode van 3 mei 2012 tot 13 juni 2012. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Verzoekster stelde beroep in, maar trok dit in nadat de gemeente alsnog uit coulance een uitkering over die periode toekende.
Verzoekster verzocht vervolgens om proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75a Awb. De gemeente stelde dat het primaire besluit en de beslissing op bezwaar juist waren en dat de uitkering slechts uit coulance was toegekend. De rechtbank overwoog dat een verzoek om proceskostenveroordeling in principe wordt ingewilligd als het bestuursorgaan tegemoet is gekomen, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen.
In deze zaak oordeelde de rechtbank dat bijzondere omstandigheden aanwezig zijn omdat verzoekster pas vanaf 13 juni 2012 feitelijk woonachtig was in de gemeente, terwijl zij zich al op 3 mei uitschreef uit de gemeentelijke basisadministratie. Verzoekster had geen rechtsmiddelen aangewend tegen de beëindiging van de uitkering. De coulance van de gemeente mocht niet worden tegengeworpen bij het verzoek om proceskostenveroordeling.
De rechtbank wees het verzoek daarom af en benadrukte dat een andere uitkomst de bereidwilligheid van bestuursorganen om uit coulance tegemoet te komen zou kunnen ondermijnen. De uitspraak werd gedaan door rechter D. Brugman op 8 augustus 2013.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen vanwege bijzondere omstandigheden en de coulance van de gemeente.