Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De verdere procedure
- het tussenvonnis d.d. 11 juli 2012 (“tussenvonnis”), alsmede de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- akte houdende overlegging producties, met producties zijdens DHSF;
- antwoordakte zijdens de curator;
- akte houdende overlegging producties, met producties zijdens DHSF;
- antwoordakte zijdens de curator.
2.De verdere beoordeling
in conventie en in reconventie
- i) op te geven welke bedragen door DHSF zijn ontvangen op debiteurenvorderingen van [gefailleerde] na 30 juni 2006 (r.o. 4.13 tussenvonnis);
- ii) op te geven welke bedragen met een totaal ad € 840.000,00 door DHSF zijn betaald als voorschot (r.o. 4.16 tussenvonnis);
- iii) op te geven welke bedragen DHSF na 30 juni 2006 heeft gedaan aan crediteuren van [gefailleerde] (r.o. 4.19 tussenvonnis);
- iv) per betaling, door DHSF ontvangen na faillissement, op te geven of deze is terug te voeren op een aan DHSF verpande vordering van [gefailleerde] op een debiteur en per post toe te lichten waaruit volgt dat haar pandrecht deze vordering omvat.
- alle bankafschriften van de door haar gehouden maar door [gefailleerde] gebruikte bankrekening vanaf 6 juli 2005 tot en met 11 juli 2012 (akte,
- een overzicht van de bedragen die in de periode na 30 juni 2006 zijn betaald door debiteuren van [gefailleerde] op de bankrekening van DHSF (akte,
- een overzicht van de voorschotten die door DHSF zijn betaald aan [gefailleerde] in de periode juli tot en met november 2005 (akte,
- een overzicht van de bedragen die door DHSF na 30 juni 2006 zijn voldaan aan de crediteuren van [gefailleerde] (akte,
rekeningnummer 58.47.60.191zijn de afschriften niet volledig en van
rekeningnummer 50.57.74.992zijn in het geheel geen afschriften overgelegd;
- alle bankafschriften van
- bankafschriften van
- eerste bankafschrift van
- een toelichting op productie 20 (zoals genoemd in r.o. 2.2.) en het daarin vervatte verschil in voorschotbetaling ad € 57.000,- (
- i) een vordering van [gefailleerde] op ABN Amro ad € 75.000,- uit hoofde van een door [gefailleerde] bij ABN Amro aangehouden contragarantie die tot zekerheid diende voor een borgstelling van voornoemde bank jegens de Douane/Belastingdienst;
- ii) een vordering van [gefailleerde] op de Belastingdienst ad € 10.365,-, welke verband hield met een depot dat door de Belastingdienst ten gunste van [gefailleerde] werd aangehouden.