ECLI:NL:RBROT:2012:BZ0991
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtsbijstandverlener als belanghebbende bij vergoeding kosten rechtsbijstand
Bij besluit van 14 januari 2011 legde verweerder een maatregel op aan de cliënt van eiser op grond van de Wet werk en bijstand. Eiser, als rechtsbijstandverlener, maakte namens zijn cliënt bezwaar tegen dit besluit. Na een eerste ongegrondverklaring van het bezwaar door verweerder, trok verweerder dit besluit in en wijzigde de maatregel, waarbij aan eiser een kostenvergoeding van €437 werd toegekend.
Eiser stelde dat hem ten onrechte slechts één punt was toegekend voor het indienen van het bezwaarschrift, terwijl ook een punt voor het verschijnen op de hoorzitting had moeten worden toegekend. Verweerder onderschreef dit standpunt en verzocht de rechtbank het beroep gegrond te verklaren en zelf in de zaak te voorzien.
De rechtbank stelde vast dat eiser op basis van een toevoeging rechtsbijstand had verleend en dat de kostenvergoeding in het bestreden besluit aan eiser was toegekend, waardoor hij als belanghebbende kon worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat de vergoeding ten onrechte was vastgesteld op €437 in plaats van €874 en vernietigde het bestreden besluit voor zover het de hoogte van de vergoeding betrof.
De rechtbank bepaalde dat verweerder het resterende bedrag van €437 aan eiser moest betalen, evenals het betaalde griffierecht van €41 en veroordeelde verweerder in de proceskosten van €25,09. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Schoneveld op 13 december 2012.
Uitkomst: De rechtbank verhoogt de kostenvergoeding aan eiser van €437 naar €874 en veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.